flora & fauna

  
Zuid Afrika biedt een grote verscheidenheid aan planten en dieren met voor iedereen wat wils.
Naast de Big Five (grote 5) en andere grote zoogdieren is er een grote verscheidenheid aan kleinere 
zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en insecten. Daarnaast heeft het vele planten en prachtige bomen.
Amukela is gelegen in het zogeheten laagveld en hoewel zowel Balule als het Krugerpark diverse eco-zones 
hebben wordt het geheel aangeduid als "mixed woodland-savanna" (gemengd bosveld-savanne)
 
 
Wie op safari gaat heeft vast wel eens gehoord van "de Big Five", maar welke dieren zijn dit nu en waarom?
De olifant, leeuw, buffel, luipaard en neushoorn worden de Big Five genoemd omdat dit de 5 gevaarlijkste 
  dieren zijn om te jagen. De term komt dus oorspronkelijk uit de jacht net als de term "game" (wild).
   
de Big Five De Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) is het grootste landdier met een gemiddelde hoogte van 2,5 meter    
en een gewicht van 3000 kg voor vrouwtjes en 3 meter 
dieren met een gewicht van 5000 kg voor mannetjes.
Een olifant eet elke dag gemiddeld 250 kilo gras, 
vogels bladeren en bast van bomen. Hier heeft hij het grootste 
deel van de dag voor nodig, zo'n 14 uur. Hij moet elke 
bomen en planten dag drinken, zo'n 200 liter water per dag
Op het warmst van de dag kun je olifanten vaak een 
dutje zien doen, geleund tegen een boom.
Olifanten leven in kuddes die geleid worden door het 
oudste vrouwtje. Als jonge mannetjes geslachtsrijp 
worden verlaten ze de kudde en vormen vaak kleine vrijgezellen groepjes. 
Olifanten kunnen wel 60 jaar oud worden.
 
De leeuw (Panthera leo) is het grootste Afrikaanse roofdier. Vrouwtjes worden zo'n 110 cm hoog en wegen rond 
de 125 kg terwijl mannetjes zo'n 120 cm hoog worden
en 190 tot wel 260 kg kunnen wegen.
Leeuwen zijn erg sterk en kunnen wel 2x hun eigen 
gewicht in hun bek dragen. Het zijn sociale dieren die bij 
voorkeur in een troep leven. De mannetjes beschermen
de troep en het territorium terwijl de vrouwtjes samen-
werken om te jagen. Dat wil echter niet zeggen dat de
mannetjes niet kunnen jagen! Bij een grotere prooi zoals
en buffel is vaak het mannetje nodig om de prooi neer
te halen. Als mannetjes geslachtsrijp worden verlaten ze
de troep en zwerven een aantal jaar rond. In deze tijd vormen ze meestal een coalitie met een of meer andere
mannetjes waarmee ze na verloop van tijd een troep overnemen door de oudere mannetjes te verjagen.
Leeuwen kunnen wel tot een kwart van hun lichaamsgewicht in één maaltijd eten maar kunnen ook dagen lang 
zonder eten.
 
top De buffel (Syncerus caffer) kan wel 150 cm hoog worden en tot 850 kg wegen. Het zijn sociale dieren die vaak in
zeer grote kuddes leven van wel honderden dieren.
Oude mannetjes leven vaak alleen of in een klein groepje
en worden dan "dagga-boys" genoemd, een verwijzing
naar hun gewoonte om in de modder te rollen.
Buffels moeten elke dag drinken en doen dit meestal in
da late namiddag. Een volwassen buffel drinkt dan zo'n
34 liter. Buffels zijn bulk-grazers en eten ongeveer 10
uur per dag, zowel overdag als 's nachts.
Buffels kunnen erg agressief zijn als ze bedreigt worden
en het is niet ongewoon dat een kudde een enkele
buffel te hulp komt als deze aangevallen wordt door leeuwen. De buffel staat erom bekend dat hij op zijn schreden
terugkeert om te kijken waar hij van geschrokken was.
Het luipaard (Panthera pardus) is het moeilijkst te vinden van de Big 5.  Het zijn nachtdieren die goed gecamoufleerd
zijn en die zich over het algmeen ver van mensen houden.
Luipaarden worden ongeveer 65 cm hoog en wegen
gemiddeld zo'n 60 kilo. Ze zijn veel robuuster gebouwd dan
de slanke cheetah die veel meer op snelheid gebouwd is.
Ze leven solitair en besluipen hun prooi bij voorkeur tot
op zeer korte afstand (5 meter) voordat ze hem 
bespringen. Hoewel het luipaard een respectabele
snelheid van 60 km per uur kan behalen, achtervolgt hij
zijn prooi zelden als zijn sprong mist en dan nog slechts 
voor een korte afstand. 
Het luipaard is een goede klimmer en neemt  zijn prooi wordt meestal mee in een boom waar hij veilig is voor 
andere roofdieren.
De neushoorn wordt onderverdeeld in 2 soorten; de witte neushoorn (Ceratotherium simum) en de zwarte
Neushoorn (Diceros bicornis). De witte neushoorn is een grazer en aangenomen wordt dat "wit" een verbastering is
van "wijd", vandaar ook wel de aanduiding "wijdlip
neushoorn". Zijn brede bek is geschikt om veel gras in 
een keer te kunnen eten en je zult hem dan ook vooral 
vinden in wat opener terrein met veel gras.
De zwarte neushoorn is een blad-eter en zijn puntige lip
is daar uitermate geschikt voor. Ze zijn wat kleiner dan 
hun witte neven en leven in dichter bebost terrein.
Hoewel beidde soorten slecht kunnen zien is de witte 
neushoorn over het algemeen rustiger terwijl de zwarte
neushoorn berucht is voor zijn temperament.
Als ze vluchten zal het kalf van een witte neushoorn voorop lopen terwijl het bij de zwarte neushoorn juist achter de 
top moeder loopt.
 
 
Naast de Big five is er een grote diversiteit aan andere dieren. Hieronder een willekeurige greep.
De giraffe (Giraffa Camelopardalis), met zijn statige
voorkomen een bekende verschijning op iedere safari. 
Het is het hoogste landdier (mannetjes tot 5,2 meter, 
vrouwtjes tot 4,5 meter) dat met zijn lange tong, die 
ongevoelig is voor dorens, graag blaadjes van de 
acacia-bomen eet. Het verschil tussen mannetjes en
vrouwtjes is ook te zien aan de hoorntjes. Bij de vrouwtjes
zit er een toefje haar op, bij de mannetjes is de boven
kant kaal door de gevechten die ze leveren.
 

De zebra (Equus burchelli) , het wilde paard van Afrika. 

Men heeft vroeger geprobeerd dit dier te temmen
maar tevergeefs! 
Zebra’s worden regelmatig gezien samen met het 
wildebeest. Dit vergroot voor allebei de kans op
overleving en omdat ze elk een ander deel van het gras
eten zijn ze ook geen concurenten.
Elke zebra heeft een uniek strepenpatroon, net als
onze vingerafdrukken.
top

Pofadder (Bitis arientas) is de meest voorkomende giftige 

slang in Afrika. Hij vertrouwd op zijn camouflage en zal 

niet makkelijk op de vlucht slaan. Hij kan zichzelf opblazen 

met lucht als hij zich bedreigt voelt.

(vandaar de naam pofadder)

Voor meer informatie over slangen verwijzen wij graag 
naar het Khamai Reptile Park, net buiten Hoedspruit. 
Beslist een bezoekje waard!
 
Bavianen (Papio cynocephalus ursinus) leven in een troep,
geleid door een dominante familie. Het mannetje is de 
absolute ‘baas van die plaas’ en een geduchte 
tegenstander. Volwassen bavianen hebben grotere  
tanden dan leeuwen, terwijl het mannetje 3-4 keer zo 
sterk is als een volwassen mens!
 
 
   
De kudu (Tragelaphus strepsiceros) is een van de fraaiste 
antiloopsoorten. Hij kan uit stand zo over een 2 meter 
hoge omheining springen. De alarmroep van de kudu is de 
luidste van alle antilopen. Wanneer u dit ‘s-nachts hoort 
dan zijn er meestal roofdieren nabij.
De kudu is na de elandantilope de grootste antilope in
dit gebied.
 
   
top Impala (Aepyceros melampus) is een veel voorkomende
antiloop, die in kuddes leeft geleid door een dominant 
mannetje. Jonge mannetjes vormen een bachelor-herd 
(kudde van vrijgezellen). Ze eten zowel gras als bladeren 
en zijn dus erg succesvol in hun voortbestaan. Vrouwtjes 
geven ruim 3 maanden na de eerste regens geboorte, en 
kunnen die uitstellen. Dienen ook als voedselbron voor 
veel roofdieren.
 
Jakhals (Canis mesomelas). De black-backed jackal is
erg vindingrijk. Hij is meestal actief in de avond en nacht. 
Hoewel veel mensen denken dat het een aaseter is jaagt 
hij zelf ook, en in barre tijden gaat het menu over in gras, 
bladeren, zaden, insecten etc. 
Jakhalzen vormen een paartje voor het leven: zodra een 
overlijdt, blijft de ander voor de rest van zijn leven alleen.
 
 
Het nijlpaard (Hippopotamus amphibius) oogt vriendelijk 
maar is verantwoordelijk voor de meeste aanvallen met 
fatale afloop in Afrika, met name in waterrijke gebieden. 
Hij leeft overdag in het water om zijn huid te beschermen 
tegen de zon. Na zonsondergang komt hij aan land om te 
grazen. In de winter kunnen ze makkelijk 30 km. afleggen 
op zoek naar goede begrazing.
 
 
 
top Ook de vogels zijn goed vertegenwoordigd dus voor de vogelliefhebbers, en misschien wordt u het wel tijdens uw
Zuid-Afrika reis , valt er genoeg te genieten. 
Hieronder enkele van de meer dan 250 soorten die in dit gebied voorkomen.
 
De yellow-billed hornbill of geelbek neushoornvogel
(Tockus leucomelas) is een veel voorkomende vogel in
zuidelijk Afrika. Met zijn opvallende gele snavel is hij
gemakkelijk te indentificeren.
Zijn neven de red-billed hornbill en de grijze hornbill
worden ook regelmatig gezien in deze omgeving.
 
De southern ground-hornbill (Bucorvus leadbeatery) is
veel groter en eveneens een onmiskenbare verschijning.
Ze eten insecten, kikkers, slakken, hagedissen en slangen
en als de gelegenheid zich voordoet zelfs eekhoorns.
De ground-hornbill heeft zijn nest in een natuurlijke holte 
in bomen maar in tegenstelling tot zijn kleinere neven
sluit het de opening van het nest niet af.
Ground-hornbills zijn een bedreigde diersoort en we zijn 
dan ook erg blij dat we in 2008 voor het eerst zijn luide ooooomph, oooomp vlakbij onze lodge hoorden.
 
De Lilac-breasted roller (Coracias caudata) of gewone Troupant is gemakkelijk herkenbaar aan zijn lila borst en kan
het hele jaar gezien worden, vaak op telefoonlijnen.
Met zijn kleurige verschijning is het een van de mooiste
vogels in het laagveldvooral in vlucht als zijn irriserende
blauwe vleugels goed zichtbaar zijn.
De lilac-breasted roller eet insecten, schorpioenen, 
hagedissen, spinnen en zelfs kleine knaagdieren.
Ze nestelen in holen in bomen maar omdat ze deze niet
zelf kunnen maken gebruiken ze vaak oude holen van
top andere vogels zoals spechten en barbets.
 
De afrikaanse skopsuil (Otus senegalensis) is met zijn 15-17 cm het kleinste uiltje.
Overdag valt het haast niet op als het stil in een boom zit. Zijn onmiskenbare roep
prrrrrup, kan het hele jaar gehoord worden en komt met regelmatige tussenpozen.
Andere uilen in deze regio zijn o.a. de pearl-spotted owlet (Glaucidium perlatum),
de barn owl (Tyto alba), de spotted eagle-owl (Bubo africanus) en de giant
eagle-owl (Bubo lactus). Vooral van de pearl-spotted owlet en de giant eagle-owl 
horen we hier regelmatig hun roep.
 
De parelhoen of helmeted guinneafowl (Numida meleagris) 
is een vrij grote vogel die meestal lopend gezien wordt.
Ze kunnen vliegen maar lijken dit niet graag te doen,
zelfs als je ze met de auto benaderd zullen ze eerst een
poos voor de auto uit rennen voordat ze van de weg af 
gaan of wegvliegen.
In het Afrikaans heten ze "tarentaal".
 
De african hoopoe (Upupa africana) is nog zo'n prachtige
vogel. Het is een algemene vogel die het hele jaar hier
verblijft. Ze lopen vaak over de grond op zoek naar
insecten en kunnen met hun snavel de grond omwoelen
om bij insecten te komen.
Hij ontleent zijn naam aan zijn roep; hoop-hoop,
hoop-oop-oop. De hoopoe nesteld in holen in bomen,
oude nesten en ook wel in holen in gebouwen.
 
top Hamerkop (Scopus umbretta) is uniek in zijn soort en
uiterlijk erg herkenbaar, vandaar de naam hamerkop. 
Zijn nest is erg groot (2 meter in diameter) en zwaar 
(25-50 kilo), en wordt nadien ook door andere vogels 
gebruikt. Het is een watervogel die leeft van vis en kikkers.
De hamerkop vormt langdurige relaties en is niet
territoriaal. Omdat ze voor hun voedsel afhankelijk zijn
van water zullen ze lokaal migreren.
 
De saddle-billed stork of zadelbek ooievaar (Ephippiorhynchus senegalensis) is één van de ooievaar soorten die hier
voorkomt. Met zijn rood en zwarte snavel met het gele
"zadel" is hij niet te verwarren met een andere ooievaar.
Deze grote (145 cm) watervogel wordt meestal alleen of
in paren gezien. Ze waden door het water en vangen 
met hun bek alles wat ze zien bewegen.
Andere ooievaars die in dit gebied voor kunnen komen
zijn o.a. de zwarte ooievaar (Ciconia nigra), de witte 
ooievaar (Ciconia ciconia), de geelbek ooievaar (Mycteria
ibis) de openbilled stork (Anastomus lamelligerus) en de marabou stork (leptoptilus crumeniferus).
 
De kingfishers of ijsvogels zijn een andere familie van watervogels die in deze regio voorkomen. Bij onze drinkplaats
zien we regelmatig de pied kingfisher (Ceryle rudis) en de
woodland kingfisher (Halcyon senegalensis). De laatste 
verblijft hier alleen in de zomer en kodigt met zijn roep
het begin van de zomer aan. De brown-hooded kingfisher
(Halcyon albiventris) is hier het hele jaar te zien en we
hebben zefs al eens de giant kingfisher (Megaceryle 
maxima) bij onze drinkplaats gezien.
Op de foto rechts de giant kingfisher en de pied kingfisher.
top  
De southern masked weaver (Ploceus velatus) maakt zijn 
nest bij voorkeur hangend boven water. Vaak zitten er 
veel nesten in dezelfde boom. Het is een veel 
voorkomende vogel die hier het hele jaar verblijft.
Ze eten insecten en zaden.
Andere wever vogels die hier voorkomen zijn o.a. de 
red-headed weaver(Anaplectus rubriceps) en de red-billed
buffalo weaver (Bubalornis niger).
 
De grey go-away bird (Corythaixoides concolor) heette
voorheen de grijze Lourie. In het Afrikaans verwijst zijn
naam "Kwêvoël" naar het geluid dat hij maakt, een
nasaal kweeeeee.
Het is een veel voorkomende vogel die hier het hele jaar
verblijft. Ze eten het liefst fruit maar ook delen van 
bloemen en planten en soms zelfs insecten.
Ze nestelen vaak in een doornboom en bouwen een
fragiel uitziend platvorm van twijgjes.
 
Het is onmogelijk hier alle vogelsoorten op te noemen die hier voorkomen maar een aantal zijn toch het vernoemen
waard. Zo zijn er de roofvogels variërend van havikken, buizerds, valken, gieren en arenden.
De grote lappet faced vulture kan met zijn sterke snavel karkassen openen terwijl de kleine hooded vulture juist de 
laatste restjes tussen de botten uit pikt.
Van de arenden is de afrikaanse visarend waarschijnlijk de bekendste. Hij lijkt erg op zijn neef, de bald eagle, die in 
Noord Amerika voorkomt.
Dan zijn er nog de spechten, bijen-eters, barbets, duiven, babblers, bul-buls, vliegenvangers, sunbirds en veel meer.
Voor de vogelliefhebber raden wij een bezoek aan Moholoholo rehabilitation centrum aan waar veel roofvogels
opgevangen worden en natuurlijk kan er op de gamedrive of bushwalk speciale aandacht aan de vogels geschonken
worden.
 
 
top bomen en planten.
Zuid-Afrika is een groot land, zeker naar Europese begrippen. Zo’n 33 x groter dan Nederland. 
Door de grote klimaatverschillen is dit land rijkelijk gezegend met een zeer afwisselende bomen- en plantengroei.
 
Amukela bevindt zich in het Laagveld . Dit is een laag gelegen gebied (150 tot 600 meter boven zeespiegel) tussen
twee bergketens: de Transvaalse Drakensbergen in het westen en het Lebombo gebergte in het oosten. 
Tevens omvat het een gedeelte in Swaziland (in het oosten) en een aanzienlijk gebied in zuidoosten van Zimbabwe.
 
In het Laagveld heb je diverse ecozones: gebieden met overeenkomsten in landschap-regenval en geologie.
Onze ecozone is ‘mixed bushwillow woodlands’. Oftewel een gebied met veel diversiteit aan bomen en planten
Onderstaande bomen en planten komen voor bij Amukela en behoren tot mijn favorieten:
Baobab  (Adansonia digitata).
Afrikaanse naam: kremetart
Wijdverspreid in zuidelijk- en oostelijk Afrika.
Een karakteristieke boom die makkelijk hoger wordt dan
15 meter, een omtrek van 30 meter is niet uitzonderlijk. 
Hele grote exemplaren kunnen 3000-4000 jaar oud 
worden. Een boom met veel legendes. Zo geloven de 
Swahili dat een drankje gemaakt van de bladeren de 
mensen zal beschermen tegen aanvallen van krokodillen. 
Een bekend verhaal is die van de San:
De trotse Baobab deed neerbuigend naar andere bomen, en werd hiervoor gestraft door de Schepper. Hij werd met
zijn wortels naar boven toe gepland. Wanneer de baobab zijn bladeren heeft verloren kun je dit goed zien.
De meest zuidelijk voorkomende baobab staat in het Kruger park, een stukje boven Tshokwane. 
In 2004 plantte ik een ‘baby-baobab’ van zo’n 40 cm. groot. Anno juni 2009 is hij al 3,5 meter groot!
 
top Marula (Sclerocarya birrea).
Afrikaanse naam: maroela
Deze boom, die vanaf januari t/m maart vruchten heeft,
is onlosmakelijk verbonden met het likeur drankje Amarula. 
Gemaakt van de vruchten, en heerlijk als apperatiefje na 
uw diner. De vrucht is erg rijk aan vitamen C (4 x zoveel 
als in sinaasappels). In de winter slaat de boom water op, 
wat afgetapt kan worden. De meest gewaardeerde boom 
door de oorspronkelijke bewoners van het laagveld. 
Indaba’s (traditionele bijeenkomsten) worden vaak 
gehouden in de schaduw van deze boom, die de beschermer van geheimen zou zijn.
 
Leadwood bushwillow (Combretum imberbe).
Afrikaanse naam: hardekool
Een hard-hout boom die termieten bestendig is. Wanneer 
de boom sterft duurt het zo’n 7 jaar voordat het hout 
helemaal uitgedroogd is. Een tak ervan in het water zou 
onmiddelijk zinken!  Het as van deze boom is rijk aan 
calcium en wordt traditioneel gebruikt om te mengen met 
water en dan de tanden te poetsen. Verse groene 
blaadjes op hete kolen creëeren een rook die, 
ingeademd, verlichting biedt tegen hoest en koorts.
 
Tamboti  (Spirostachys africana).
Afrikaanse naam: tambotie

Komt voor van noord-Tanzania tot diep in Kwazulu-Natal. 

Prachtige boom die prima geschikt is voor houtbewerking. 

Het melkachtige sap is erg giftig en kan zelfs blindheid 

veroorzaken. Tandpijn wordt verdoofd door een druppeltje 
van het giftige sap op/in de tand te wrijven. 
Kleine hoeveelheden kunnen worden gebruikt in een 
stoofgerecht om diaree en uitdroging tegen te gaan. 
Deze boom is een indicator voor ondergronds water.
 
top Knob-thorn (Acacia nigrescens).
Afrikaanse naam: Knoppiesdoring
Deze acacia soort kan wel 30 meter hoog worden. Hij
ontleent zijn naam aan de knobbels op zijn bast.
Van augustus tot november krijgt hij bloemen net voor
de nieuwe bladeren komen. De bloemen worden gegeten
door bavianen, blauwapen en giraffen. De bladeren 
worden gegeten door kudu, olifanten en giraffen.
Witrug gieren nestelen vaak in deze boom.
 
 
Impala lily  (Adenium multiflorum).
Afrikaanse naam: Impalalelie

Deze prachtige vetplant (geklassificeerd onder bomen) kan 

tot wel 3 meter groot worden. Bloeit van mei tot 
september en vormt dus voor het wild een prima bron van 
voedsel in die wintermaanden. Vetplanten zijn planten die 
een techniek hebben ontwikkeld om water op te slaan in 
hun weefsels. Derhalve behoeven deze planten in principe 
geen extra water te krijgen, en vormen zij een attractieve 
verschijning in de tuin.
 
Sickle-bush (Dichrostachys cinerea)
Afrikaanse naam: Sekelbos
Een vrij kleine boom met meerdere stammen. Van
oktober tot januari bloeit hij met bloemen die op chinese
lantaarns lijken. Van mei tot september krijgt hij 
gedraaide peulen die in bosjes bij elkaar groeien.
Deze peulen zijn erg voedzaam en worden door veel
dieren gegeten. Het is een pionier plant die op bijna alle 
grondsoorten kan groeien en die erg taai is, als je hem 
kapt groeit hij gewoon weer uit.
top Natuurlijk is dit slechts een kleine greep uit de vele bomen en planten in deze regio.

 

contact
phone: +27 (0)82-37 94 711 / +27 (0)82-92 19 824
e-mail:
info@amukela.com

Webdesign by Miriam van Dongen

Optimal view with 1280 by 1024  pixels